Samenwonen met eigen woning

Je gaat met je partner samenwonen. Jullie kopen samen een woning of de ene partner trekt bij de andere partner met een koopwoning in. Wat gebeurt er met de woning en de hypotheek als een van jullie overlijdt? En als jullie besluiten om uit elkaar te gaan?

Het is dan ook belangrijk, dat jullie goede afspraken daarover maken en vastleggen. Voor nu, maar zeker ook voor in de toekomst! Als jullie alles meteen goed regelen, worden jullie later niet onaangenaam verrast!

Waar jullie rekening mee moeten houden hangt af van jullie samenlevingsvorm:

  • ongehuwd samenwonen
  • huwelijk in gemeenschap van goederen
  • huwelijk op basis van huwelijkse voorwaarden
  • geregistreerd partnerschap (met of zonder partnerschapsvoorwaarden)

Ongehuwd samenwonen

SamenwonenAls je ongehuwd met je partner samenwoont zijn jullie voor de wet ‘vreemden’ van elkaar. Voor de wet hebben jullie dan ook geen relatie.

Ga je een lening aan? Dan ben alleen jij aansprakelijk voor deze lening. De kredietverstrekker kan jouw partner niet aanspreken op het nakomen van de leningsovereenkomst. Gaat je partner een lening aan? Dan is uitsluitend je partner daar aansprakelijk voor. De rechtshandelingen van ongehuwde samenwoners zijn dus volledig gescheiden van elkaar.

Als je ongehuwd samenwoont zijn er geen wettelijke bepalingen voor:

  • het uit elkaar gaan van de partners
  • het krijgen van een schenking
  • het overlijden van een van de partners

Als een van jullie overlijdt en er is niets geregeld dan erft de overblijvende partner helemaal niets. Om die reden is het verstandig om bepaalde financiële afspraken in een notariële samenlevingsovereenkomst en een testament vast te leggen.

Eigendomsverhouding

Woon je ongehuwd samen met je partner? Dan is er geen boedelmening, zoals bij andere samenlevingsvormen wel het geval is.

Je partner bezit bijvoorbeeld een koopwoning en jij trekt bij je partner in. Dan blijft de woning van je partner.

Er ontstaat een eigendomsverhouding als je samen met je partner een woning koopt.

Jullie worden allebei voor de helft eigenaar van de woning, die je samen met je partner koopt. Deze eigendomsverhouding blijft zo.

Wat gebeurt er als je partner overlijdt?

Overlijdt je partner en bezitten jullie samen een koopwoning? De wettelijke erfgenamen (familieleden) van je partner erven dan het deel van de woning dat van je partner is. Dat deel van de koopwoning wordt dan bijvoorbeeld van de kinderen of de ouders van je partner. Volgens de wet ben je namelijk geen erfgenaam van je partner.

Wil je in jullie gezamenlijke koopwoning blijven wonen? Dan moet je de erfgenamen van je partner uitkopen. Dat moet je dan wel kunnen betalen met jouw inkomen. Bovendien moeten de erfgenamen van je partner meewerken. Via een (notariële) samenlevingsovereenkomst en een testament kun je ervoor zorgen dat jij de woning krijgt in plaats van de wettelijke erfgenamen van je partner.

Ook is een notariële samenlevingsovereenkomst een goed idee als de pensioenregeling van je partner een nabestaandenpensioen voor de partner bevat. Je hebt daar waarschijnlijk alleen recht op als jullie de samenleving netjes notarieel geregeld hebben. In het jaaroverzicht van de pensioenregeling kun je zien of een partner aanspraak kan maken op een nabestaandenregeling. Het is overigens verstandig om jullie samenleving officieel te melden bij pensioeninstellingen.

Samenlevingsovereenkomst

Jullie kunnen jullie samenleving op 2 manieren vastleggen:

  • een door jullie zelf opgestelde samenlevingsovereenkomst
  • een door een notaris opgestelde samenlevingsovereenkomst

Beide soorten samenlevingsovereenkomsten zijn rechtsgeldig. Sommige pensioenverzekeraars accepteren uitsluitend notariële samenlevingsovereenkomsten bij de toekenning van een nabestaandenpensioen. Een testament kun je alleen maar bij een notaris regelen.

Welke afspraken leg je in een samenlevingsovereenkomst vast?

  • de datum waarop jullie zijn gaan samenwonen
  • het eigendom van verschillende bezittingen, zoals een eigen woning, een auto en sieraden. Jullie leggen vast van wie deze bezittingen zijn. Ook spreken jullie af wat ermee moet gebeuren als jullie uit elkaar gaan of als een van jullie overlijdt
  • hoe jullie de kosten van jullie huishouding gaan verdelen
  • wat de gevolgen zijn als jullie uit elkaar besluiten te gaan
  • afspraken over de betaling van premies voor levensverzekeringen en pensioenen

Het verblijvingsbeding

Met een verblijvingsbeding regel je dat jullie woning aan één van jullie wordt toebedeeld als:

  • jullie uit elkaar gaan
  • een van jullie overlijdt

Je kunt een verblijvingsbeding alleen maar gebruiken voor een woning die jullie samen aangekocht hebben. Is een van jullie eigenaar van de woning? Dan kan de woning alleen via een testament aan de andere partner nagelaten worden.

Na het overlijden van een van jullie valt het eigenaarsgedeelte van die persoon in de nalatenschap. Alles wat iemand na overlijden aan erfgenamen (familieleden) nalaat noem je een nalatenschap. Is er echter een verblijvingsbeding afgesproken? Dan zijn de wettelijke erfgenamen verplicht om de woning aan de langstlevende partner te geven.

Het overnamebeding

Wonen jullie samen in een woning waar één van jullie de eigenaar van is? Wil je de woning van je partner overnemen als je partner komt te overlijden? Met een overnamebeding kun je dat regelen. Er zijn verschillende mogelijkheden. Je kunt bijvoorbeeld afspreken, dat je de erfgenamen van je overleden partner (een vooraf vastgestelde) vergoeding betaalt.

Ook als je de woning samen met je partner gekocht hebt is het opnemen van een overnamebeding verstandig. Stel dat jullie allebei voor de helft eigenaar van de woning zijn. Dan erven de wettelijke erfgenamen van de overleden partner de helft van de woning. Met een overnamebeding regel je dat je het recht hebt om die helft van de woning over te nemen als je partner komt te overlijden. Dit moet je dan uiteraard wel kunnen met jouw inkomsten en/of eigen geld.

Beëindiging van jullie samenleving

In principe ben je geen alimentatie aan je partner verschuldigd als jullie de samenlevingsovereenkomst beëindigen (er zijn wel enkele uitzonderingssituaties). Jullie verdelen al jullie gezamenlijke bezittingen. Daar zijn jullie immers samen eigenaar van.

Gehuwd

In gemeenschap van goederen of op basis van huwelijkse voorwaarden gehuwd

Je moet voor de wet 18 jaar oud zijn om te kunnen trouwen (er zijn een paar uitzonderingssituaties). Je gaat wettelijke verplichtingen jegens je partner aan als je trouwt. Je moet trouw aan je partner zijn, hulp en bijstand bieden.

Jullie hebben een onderhoudsplicht. Jullie moeten voor elkaars levensonderhoud zorgen (als dit mogelijk is natuurlijk). Dit betekent bijvoorbeeld dat jullie de huishoudkosten van een gezamenlijk huishoudinkomen moeten betalen. Jullie zijn bovendien allebei verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van jullie kinderen.

In Nederland is het heel gebruikelijk om in gemeenschap van goederen te trouwen. Bij een huwelijk in gemeenschap van goederen worden al jullie bezittingen en schulden in principe van jullie samen.

Op het moment dat jullie trouwen bezit je een koopwoning. Je partner heeft geen eigen woning, maar heeft wel behoorlijk wat spaargeld op de bankrekening staan. Door jullie huwelijk in gemeenschap van goederen worden jullie samen eigenaar van de koopwoning en het spaargeld. Er zijn overigens wel een paar uitzonderingssituaties mogelijk. Daardoor kunnen jullie naast jullie gezamenlijke vermogen ook beiden nog een privévermogen hebben.

Als je op basis van huwelijkse voorwaarden trouwt kun je afwijkende afspraken maken. Je kunt dan bijvoorbeeld afspreken dat de koopwoning van jou blijft en het spaargeld van je partner.

Privévermogen bij een huwelijk in gemeenschap van goederen

Als je in gemeenschap van goederen trouwt dan worden jullie samen eigenaar van al jullie bezittingen (en schulden). Toch is het mogelijk dat jullie allebei of dat een van jullie daarnaast een privévermogen heeft. Een privévermogen is van één van de gehuwden. De gehuwde partner kan daar niet over beschikken.

Uitsluitingsclausule

Één van jullie ontvangt een schenking of een erfenis. Deze schenking of erfenis moet buiten jullie gemeenschappelijke vermogen blijven. Dit kan dan geregeld worden door het opnemen van een uitsluitingsclausule in de schenkingsovereenkomst of het testament. Dit moet de persoon die de erfenis nalaat of de schenking doet regelen.

Je bent in gemeenschap van goederen getrouwd met je partner. Plotseling komt de vader van je partner te overlijden. Je partner erft een bedrag van € 75.000,-. De vader van je partner wilde dat de erfenis uitsluitend bij zijn eigen kind terecht zou komen. In zijn testament heeft hij daarom een uitsluitingsclausule opgenomen. Het bedrag van de erfenis wordt privévermogen van je partner. Het privévermogen van je partner blijft van je partner. Als jullie uit elkaar gaan verdelen jullie al jullie vermogen, met uitzondering van het privévermogen.

Er zijn verschillende soorten uitsluitingsclausules. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een zachte uitsluitingsclausule. Bij een zachte uitsluitingsclausule valt het geschonken bedrag na overlijden in de nalatenschap van de ontvanger. Bij een harde uitsluitingsclausule gaat de schenking na overlijden van de ontvanger terug naar de schenker.

Verknochte goederen

Er kan ook nog sprake zijn van verknochte goederen. Dit zijn goederen, die op een speciale manier aan een van jullie verbonden zijn. Ze kunnen daarom niet tot jullie gemeenschappelijke vermogen behoren. Denk bijvoorbeeld aan het recht op alimentatie, een opgebouwd pensioenrecht, smartengeld na een ongeval en een invaliditeitspensioen.

Pensioenrechten

Een pensioenrecht is in principe een verknocht goed. Je hebt een recht opgebouwd om pensioen te ontvangen. Ben je in gemeenschap van goederen getrouwd en ontvang je pensioeninkomsten? Dan gaan deze ontvangen pensioeninkomsten bij jullie jullie gemeenschappelijke vermogen behoren. Jullie profiteren dus samen van alle pensioeninkomsten.

Besluiten jullie om te gaan scheiden? Was er maar één werkende partner tijdens jullie huwelijk? Dan heeft de niet-werkende partner tijdens jullie huwelijksperiode géén pensioenrechten opgebouwd. Bij het uit elkaar gaan wordt het opgebouwde pensioen tijdens de huwelijksperiode daarom verdeeld. Volgens de wet heeft de werkende partner namelijk de pensioenrechten mede op kunnen bouwen dankzij de steun van de niet-werkende partner. Via huwelijkse voorwaarden en een echtscheidingsconvenant kan er overigens wel van deze wettelijke pensioenverdeling afgeweken worden.

Op basis van huwelijkse voorwaarden getrouwd

Trouw je op basis van huwelijkse voorwaarden? Dan maakt een notaris huwelijkse voorwaarden op en schrijft die in bij het openbare huwelijksgoederenregister.

Ben je in gemeenschap van goederen getrouwd? Dan kun je naderhand nog wel huwelijkse voorwaarden op laten stellen. In dat geval blijven jullie wel samen aansprakelijk voor de schulden die jullie al hebben als de notaris jullie huwelijkse voorwaarden bij het openbare huwelijksgoederenregister inschrijft.

Uitsluiting van iedere gemeenschap

Er zijn verschillende mogelijkheden bij het opstellen van huwelijkse voorwaarden. Kies je voor ‘uitsluiting van iedere gemeenschap’? Dan is er geen sprake van een gemeenschappelijk vermogen. ‘Uitsluiting van iedere gemeenschap’ noem je ook wel ‘koude uitsluiting’.

Als jullie voor uitsluiting van iedere gemeenschap kiezen, zijn er in eerste instantie alleen twee gescheiden privévermogens. Jullie zijn daardoor niet aansprakelijk voor elkaars schulden, tenzij jullie die aangegaan zijn voor de dagelijkse gang van jullie huishouden. Eventuele vorderingen, die op deze schulden ontstaan, kunnen overigens wel op jullie privévermogens verhaald worden. De aansprakelijkheid voor deze gemeenschappelijke schulden kan de rechtbank op basis van zwaarwegende redenen opschorten voor één van de echtgenoten.

Bij jullie huwelijkse voorwaarden neemt de notaris een beschrijving op van wie welke goederen zijn. Bijvoorbeeld een eigen woning, een auto, sieraden en spaargeld. Na het vaststellen van deze lijst van goederen kopen jullie nieuwe dingen aan. Wil je dat een goed aan één van jullie toebedeeld wordt? Dan moet de lijst van goederen bij de notaris aangepast worden. Anders wordt er vanuit gegaan dat jullie allebei voor de helft eigenaar zijn en ontstaat er een soort gemeenschappelijk vermogen.

Gaan jullie uit elkaar? Dan moeten jullie alle ‘gezamenlijke’ goederen samen verdelen. Ook is het zo dat een schuldeiser een schuld kan verhalen op jullie ‘gemeenschappelijke vermogen’ (naast het privévermogen van de aansprakelijke partner).

Huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding

De inkomens volledig gescheiden houden is vaak lastig. Jullie kunnen er daarom voor kiezen om een verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden op te nemen. Met een verrekenbeding leg je afspraken vast over:

  • een tussentijdse verrekening van jullie inkomen en vermogen
  • een eindafrekening bij scheiding of overlijden

Je spreekt dus eigenlijk af wat jullie tussentijds en aan het einde van jullie huwelijk verrekenen, zoals:

  • inkomen uit arbeid
  • winst uit een eigen bedrijf (en van wat hieronder verstaan wordt)
  • iedere andere vorm van inkomen

Er zijn verschillende soorten verrekenbedingen. Je verrekent meestal alleen inkomen als je voor een tussentijdse verrekening gekozen hebt. Bijvoorbeeld aan het einde van ieder kalenderjaar. Ook kun je voor een finale verrekening kiezen. Daarbij verdeel je meestal alleen vermogen. Bijvoorbeeld het geld op een spaarrekening en de eigen woning als jullie uit elkaar gaan. Jullie doen bij de verrekening dan net alsof jullie al die tijd in gemeenschap van goederen gehuwd waren.

Over de opname van een verrekenbeding in je huwelijkse voorwaarden kun je je het beste door een notaris laten adviseren. Het opnemen van een verrekenbeding heeft namelijk fiscale gevolgen. Een finaal verrekenbeding wordt bijvoorbeeld gebruikt om ervoor te zorgen dat je partner na jouw overlijden minder successierechten (belasting) hoeft te betalen. Bij echtscheiding kun je met een verrekenbeding voorkomen dat er schenkingsrechten en/of overdrachtsbelasting betaald moeten worden.

Het toestemmingsvereiste

Voor getrouwde partners geldt een toestemmingsvereiste. Bij bepaalde beslissingen moeten beide partners toestemming geven, bijvoorbeeld bij

  • verkoop of verhuur van de echtelijke woning
  • het afsluiten van een hypotheek voor de echtelijke woning
  • het doen van een schenking aan een kind
  • borg staan voor een kind

Bij borgstelling en een schenking moet je (nieuwe) partner instemmen. Dat geldt dus óók als het kind alleen van jou is en niet van je partner!

Wat gebeurt er als je partner overlijdt?

Als jullie in gemeenschap van goederen trouwen dan worden jullie allebei voor de helft eigenaar van jullie koopwoning. Als één van jullie komt te overlijden valt de helft van de koopwoning in de nalatenschap van de overledene. Een nalatenschap is alles wat iemand na overlijden nalaat.

Getrouwden zijn verplicht om voor elkaar te zorgen. Wettelijk is daarom geregeld, dat als één van jullie overlijdt de andere partner de woning krijgt. Via een testament kun je wel afwijken van dit wettelijke erfrecht. Zelfs als je je partner via een testament onterft, kan je partner niet zomaar uit de woning gezet worden. In dat geval krijgt de langstlevende partner namelijk een recht van vruchtgebruik. Dit betekent dat de langstlevende partner tot het overlijden in de woning mag blijven wonen.

Hoofdelijke aansprakelijkheid bij hypotheek

Alle schulden die voor en tijdens een huwelijk ontstaan gaan tot jullie ‘gemeenschappelijke vermogen’ behoren.

Het is mogelijk dat één partner een schuld aangaat, die binnen jullie ‘gemeenschappelijke vermogen’ valt. De kredietverstrekker kan deze schuld op jullie gemeenschappelijke vermogen verhalen. Slechts één partner is de schuld aangegaan. Deze partner is daarom als enige ook met een eventueel privévermogen aansprakelijk.

Hypotheekverstrekkers willen daarom altijd dat beide partners hoofdelijk aansprakelijk worden voor een hypotheekschuld en dus samen de hypotheek aangaan. Óók als jullie op basis van huwelijkse voorwaarden getrouwd zijn. Kunnen jullie de hypotheeklasten niet meer betalen? Dan kan de hypotheekverstrekker jullie schuld verhalen op jullie gezamenlijke vermogen èn jullie beide privévermogens.

Voor schulden die jullie aangegaan zijn voor de normale gang van jullie huishouding zijn jullie trouwens altijd allebei hoofdelijk aansprakelijk. Het maakt dan niet uit wie van jullie de schuld aangegaan is. Een voorbeeld hiervan is een lening voor een nieuwe koelkast of droogtrommel.

Jullie gaan uit elkaar

Jullie moeten rekening houden met het huwelijksvermogensrecht als jullie uit elkaar gaan. De eerste stap is het indienen van een scheidingsaanvraag bij de rechtbank. Zodra jullie scheidingsaanvraag ingediend is wordt jullie ‘huwelijksgemeenschap’ ontbonden. Jullie kunnen samen een scheidingsaanvraag indienen, maar één van jullie kan dat ook doen.

Gaat je partner na het indienen van de scheidingsaanvraag nieuwe schulden aan? Je partner is dan alleen aansprakelijk voor deze nieuwe schulden.

Vanaf 1 januari 2017 in gemeenschap van goederen trouwen

Op dit moment trouwen de meeste stellen in gemeenschap van goederen. Zodra jullie getrouwd zijn worden al jullie bezittingen (woningen, spaargeld, etc.) en schulden van jullie samen. Al deze bezittingen en schulden gaan tot jullie gemeenschappelijke vermogen behoren. Als jullie dat niet willen dan moeten jullie op basis van huwelijkse voorwaarden trouwen. Bij huwelijkse voorwaarden kun je namelijk een verdeling van jullie vermogen vast laten leggen.

Het is wel mogelijk om schenkingen en erfenissen buiten een gemeenschappelijk vermogen te houden. De persoon die schenkt of een erfenis nalaat moet dan een uitsluitingsclausule opnemen in een schenkingsakte of een testament.

De Tweede Kamer heeft op 19 april 2016 een nieuwe wet aangenomen, die de Eerste Kamer nog aan moet nemen. Het is de bedoeling dat vanaf 1 januari 2017 verandert wat er allemaal onder het gemeenschappelijke vermogen valt. Bij de nieuwe regeling valt het volgende niet meer automatisch onder het gemeenschappelijke vermogen:

  • Bezittingen en schulden die er al zijn als jullie gaan trouwen
  • Een schenking aan één van jullie
  • Een erfenis voor één van jullie

Hebben jullie op het moment dat jullie trouwen al samen bezittingen, zoals een koopwoning? Dan horen die bezittingen natuurlijk wel meteen bij jullie huwelijksgemeenschap.

De nieuwe wet heeft invloed op de hoogte van de te betalen erfbelasting als een van jullie overlijdt. Het is daarom wel verstandig om je door een gespecialiseerde notaris te laten adviseren over het wel of niet opstellen van huwelijkse voorwaarden.

Geregistreerd partnerschap

Een geregistreerd partnerschap is in Nederland gelijkwaardig aan het huwelijk. Bij een geregistreerd partnerschap heb je ongeveer dezelfde rechten en plichten als bij een huwelijk.

Om een geregistreerd partnerschap met elkaar aan te kunnen gaan moeten jullie allebei 18 jaar oud zijn (er zijn een paar uitzonderingssituaties). Geregistreerde partners moeten elkaar onderhouden. Dat betekent dat jullie elkaar in levensonderhoud moeten voorzien (als dit mogelijk is). De toestemmingsvereiste geldt ook voor geregistreerde partners.

Bij een geregistreerd partnerschap kun je ervoor kiezen om partnerschapsvoorwaarden op te stellen. Partnerschapsvoorwaarden kun je vergelijken met huwelijkse voorwaarden.

Verschillen tussen een geregistreerd partnerschap en een huwelijk zijn zoal:

  • Kinderen van gehuwde partners hebben automatisch familiebanden met de vader en de moeder. Bij een geregistreerd partnerschap moet de vader kinderen eerst officieel erkennen, voordat hij juridisch de vader wordt.
  • Hebben jullie geen minderjarige kinderen? Dan kun je een geregistreerd partnerschap zonder een rechter beëindigen. Als je getrouwd kun je alleen via een rechter van elkaar scheiden.
  • Gehuwden kunnen van tafel en bed scheiden en bij een geregistreerd partnerschap is dat niet mogelijk. Een scheiding van tafel en bed betekent dat gehuwde partners gescheiden van elkaar leven (zij delen samen geen tafel en bed meer). De partners zijn dus nog wel getrouwd, maar leven apart van elkaar.
  • Een huwelijk wordt altijd in het buitenland erkend. Voor een geregistreerd partnerschap geldt dat niet.
  • Een huwelijk kun je in de kerk laten inzegenen. Bij een geregistreerd partnerschap is dat over het algemeen niet mogelijk.

Fiscaal Partnerschap

Heb je een fiscaal partnerschap? Dan doen jullie samen belastingaangifte. Gehuwde stellen en stellen met een geregistreerd partnerschap hebben automatisch een fiscaal partnerschap.

Samenwoners kunnen ook fiscale partners zijn als zij op hetzelfde adres zijn ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Zij moeten daarnaast nog aan minimaal één van de volgende voorwaarden voldoen:

  • een notariële samenlevingsovereenkomst hebben
  • samen een kind hebben of een inwonend kind van één van de partners
  • als partners voor een pensioenregeling zijn aangemeld
  • samen eigenaar van een woning zijn, die jullie hoofdverblijf is

Fiscale partners kunnen bij de jaarlijkse belastingaangifte met een aantal inkomsten- en aftrekposten schuiven. Zij kunnen kiezen bij welke partner de post opgegeven wordt. Jullie kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen dat de hypotheekrente afgetrokken wordt van het inkomen, die het hoogste belastingtarief moet betalen. In totaal moeten jullie natuurlijk wel honderd procent van jullie inkomsten aangeven.

Gaan ongehuwde samenwoners halverwege een kalenderjaar aan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap voldoen? Dan kunnen zij kiezen of zij voor dat gehele jaar al fiscale partners willen zijn als zij tijdens het volledige kalenderjaar op hetzelfde woonadres ingeschreven zijn geweest. Het fiscale partnerschap van samenwoners eindigt automatisch als zij niet meer aan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap voldoen.

Ben je getrouwd of heb je een geregistreerd partnerschap? Dan eindigt het fiscale partnerschap op het moment dat beide partners op een ander adres ingeschreven staan. Daarnaast moeten zij een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed bij de rechtbank ingediend hebben.

Terug