Je hypotheek en samenwonen

Je neemt een grote financiële stap. Je gaat namelijk samen met je partner een woning kopen. Het is daarbij wel belangrijk dat jullie goede afspraken met elkaar maken. En die afspraken moeten jullie ook goed vastleggen. Voor nu èn voor in de toekomst! Regel alles meteen goed zodat jullie later niet voor onaangename verrassingen komen te staan!

Jullie samenlevingsvorm is leidend voor de afspraken, die jullie moeten maken:

  • ongehuwd samenwonen
  • in gemeenschap van goederen gehuwd
  • op basis van huwelijkse voorwaarden gehuwd
  • geregistreerd partnerschap (met of zonder partnerschapsvoorwaarden)

Ongehuwd samenwonen

SamenwonenWoon je ongehuwd samen met je partner? Dan zijn jullie voor de wet vreemden van elkaar. Dit betekent dat jullie voor de wet geen relatie hebben.

Sluit je partner een lening af? Dan kan de kredietverstrekker alleen jouw partner aanspreken op het nakomen van de leningsovereenkomst. Sluit jij een lening af? Dan ben jij alleen aansprakelijk daarvoor. Bij ongehuwd samenwonen zijn jullie rechtshandelingen gescheiden van elkaar.

Ongehuwd samenwonen betekent ook dat er geen wettelijke bepalingen zijn voor:

  • als jullie uit elkaar gaan
  • een van jullie een schenking krijgt
  • een van jullie overlijdt

Hebben jullie niets geregeld en overlijdt je partner? Dan erf je helemaal niets. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor je partner.

Jullie doen er daarom verstandig aan om bepaalde financiële afspraken goed vast te leggen in een notariële samenlevingsovereenkomst en een testament.

Eigendomsverhouding
Als je ongehuwd samenwoont met je partner dan is er geen sprake van boedelmening.

Je trekt bijvoorbeeld bij je partner in. Je partner is eigenaar van de koopwoning. Dat blijft hetzelfde.

Koop je echter samen met je partner een woning? Dan ontstaat er een eigendomsverhouding.

Je koopt samen met je partner een woning. Jullie worden allebei voor 50% eigenaar van de woning. Deze eigendomsverhouding blijft zo.

Overlijden van je partner
Samen met je partner ben je eigenaar van een koopwoning. Overlijdt je partner? Dan gaat het ‘eigenaarsgedeelte’ van je partner naar de wettelijke erfgenamen (familieleden) van je partner. Dat is dus bijvoorbeeld 50% van jullie gezamenlijke koopwoning. Je bent wettelijk gezien namelijk geen erfgenaam van je partner.

Om deze reden is het belangrijk dat je bepaalde afspraken goed vastlegt in een (notariële) samenlevingsovereenkomst en een testament. Als je niets regelt, dan wordt de helft van jullie gezamenlijke woning bijvoorbeeld van de kinderen en de ouders van je partner. Wil je in de woning blijven wonen? Dan zal je de familieleden van je partner uit moeten kopen. Als je dat tenminste kunt betalen met jouw inkomen en de familieleden van je partner meewerken.

Bevat de pensioenregeling van je partner een nabestaandenpensioen voor de partner? Waarschijnlijk heb je daar alleen recht op als jullie de samenleving netjes notarieel geregeld hebben. Of een pensioenregeling een nabestaandenregeling bevat kun je zien in het jaaroverzicht van de pensioenregeling. Bij sommige pensioeninstellingen moet je de samenleving trouwens daarnaast ook nog officieel melden.

Samenlevingsovereenkomst

Er zijn 2 mogelijkheden voor het vastleggen van jullie samenleving:

  • een samenlevingsovereenkomst die jullie zelf opgesteld hebben
  • een samenlevingsovereenkomst via een notaris

Voor de rechtsgeldigheid van de samenlevingsovereenkomst maakt het niet uit hoe je het regelt. Het kan wel zo zijn dat een pensioenverzekeraar uitsluitend een notariële samenlevingsovereenkomst accepteert bij de toekenning van een nabestaandenpensioen. Een testament kun je uitsluitend via een notaris regelen.

Wat staat er zoal in een samenlevingsovereenkomst?

  • de datum waarop jullie zijn gaan samenwonen
  • het eigendom van verschillende goederen. Van wie zijn bepaalde goederen? Wat moet ermee gebeuren als jullie uit elkaar gaan? Of als een van jullie komt te overlijden?
  • hoe jullie de kosten van jullie huishouding gaan verdelen
  • wat de gevolgen zijn als jullie uit elkaar gaan
  • afspraken over de betaling van premies voor levensverzekeringen en pensioenen

Wat regel je met een verblijvingsbeding? Gaan jullie uit elkaar of komt een van jullie te overlijden? Dan regel je met een verblijvingsbeding dat de woning aan één van jullie wordt toebedeeld. Een verblijvingsbeding kun je alleen gebruiken voor een door jullie samen aangekochte woning.

Als je overlijdt dan valt jouw aandeel van de woning in je nalatenschap. Een nalatenschap is alles wat je na je overlijden aan je erfgenamen (je familieleden) nalaat. Als er een verblijvingsbeding afgesproken is zijn jouw erfgenamen verplicht om de woning aan je partner te geven. Er geldt natuurlijk precies hetzelfde als jouw partner komt te overlijden.

Als jij een eigenaar van een woning bent en je partner bij jou intrekt kun je de woning alleen via een testament aan je partner nalaten.

Wat regel je met een overnamebeding? Is de woning waar je met je partner in woont van je partner? Dan kun je met een overnamebeding regelen, dat je de woning over kunt nemen als je partner komt te overlijden. Je kunt afspreken, dat je daarvoor (een vooraf vastgesteld)bedrag aan de erfgenamen van je overleden partner betaalt.

Het overnamebeding is ook nuttig als je de woning samen met je partner gekocht hebt. Als jullie namelijk allebei voor de helft eigenaar van de woning zijn dan erven de wettelijke erfgenamen van je overleden partner de helft van de woning. In je samenlevingsovereenkomst kun je met een overnamebeding vastleggen dat je het recht hebt om de woning over te nemen als je partner komt te overlijden. Uiteraard moet je dat dan vervolgens wel kunnen met jouw inkomsten en/of eigen geld.

Beëindiging samenleving
Als je een samenlevingsovereenkomst beëindigt dan hoef je geen alimentatie aan je partner te betalen (er zijn wel enkele uitzonderingssituaties). Je verdeelt met je partner de goederen die jullie samen gekocht hebben, omdat jullie daar samen eigenaar van zijn.

Gehuwd

Gehuwd in gemeenschap van goederen of op basis van huwelijkse voorwaarden Om te kunnen trouwen moet je voor de wet 18 jaar oud zijn (er zijn een paar uitzonderingssituaties mogelijk). Dit geldt ook voor je partner. Bij een huwelijk ga je bepaalde verplichtingen jegens je partner aan. Volgens de wet moet je trouw aan je partner zijn, hulp en bijstand bieden.

GehuwdJe hebt een onderhoudsplicht en je partner ook. Dit betekent dat jullie voor elkaars levensonderhoud moeten zorgen (als dit mogelijk is ). Zo moeten jullie de huishoudkosten betalen van een gezamenlijk huishoudinkomen. Bovendien zijn jullie beiden verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van jullie kinderen.

De meeste stellen trouwen in gemeenschap van goederen. Zodra je met je partner in gemeenschap van goederen getrouwd bent worden al jullie bezittingen en schulden in principe van jullie samen.

Stel: je bezit een koopwoning als jullie in het huwelijksbootje stappen. Je partner beschikt over behoorlijk wat spaargeld, maar heeft geen eigen woning. Doordat jullie getrouwd zijn worden jullie beiden eigenaar van de koopwoning en het spaargeld. Er zijn een paar uitzonderingssituaties, waardoor jullie naast jullie gezamenlijke vermogen ook allebei een privévermogen kunnen hebben.

Bij trouwen op basis van huwelijkse voorwaarden kun je afwijkende afspraken met je partner maken. Daarbij kun je bijvoorbeeld afspreken dat de koopwoning van jou blijft en het spaargeld van je partner.

Privévermogen als je in gemeenschap van goederen getrouwd bent
Trouw je in gemeenschap van goederen? Dan worden jullie samen eigenaar van al jullie bezittingen (en schulden). In sommige gevallen kan er toch een privévermogen bij één van jullie of bij jullie allebei ontstaan. Een privévermogen is alleen van jou of van je partner. De ander kan daar niet over beschikken.

Uitsluitingsclausule Stel dat een schenking of een erfenis buiten jullie gemeenschappelijke vermogen moet blijven. Dan kan dat in een testament en in een schenkingsovereenkomst geregeld worden. De persoon die de erfenis nalaat of de schenking doet moet dit dan regelen.

*Voorbeeld: je bent met je partner in gemeenschap van goederen gehuwd. Plotseling overlijdt de moeder van je partner. Je partner ontvangt een aanzienlijke erfenis van € 250.000,-. De vader van je partner wilde niet dat de erfenis ook bij jou terecht zou komen. Daarom heeft de vader in zijn testament een uitsluitingsclausule opgenomen. Je partner erft de € 250.000, zonder dat jij daar aanspraak op kan maken. Dit bedrag wordt privévermogen van je partner. Het privévermogen van je partner is en blijft van je partner. Gaan jullie uit elkaar? Dan verdelen jullie samen jullie vermogen, met uitzondering van dit privévermogen van je partner. *

Er zijn verschillende varianten van uitsluitingsclausules. Als er sprake is van een zachte uitsluitingsclausule, dan valt een schenking in de nalatenschap als degene die de schenking ontvangen heeft overlijdt. Als er sprake is van een harde uitsluitingsclausule dan gaat de schenking na overlijden terug naar de schenker.

Verknochte goederen Tenslotte kunnen er ook nog verknochte goederen zijn. Verknochte goederen zijn op een speciale manier aan een van jullie verbonden. Ze kunnen daarom niet gemeenschappelijk zijn. Voorbeelden hiervan zijn het recht op alimentatie, pensioenrechten, smartengeld na een ongeval en een invaliditeitspensioen.

Pensioenrechten
Een pensioenrecht is in principe een verknocht goed. Dit betekent dat je een recht hebt opgebouwd om pensioen te ontvangen.

Zodra je pensioeninkomsten onvangt, dan gaan die bij jullie jullie gemeenschappelijke vermogen behoren. Tijdens jullie huwelijk profiteren jullie dus samen van alle pensioeninkomsten die jullie samen ontvangen.

Besluiten jullie echter om uit elkaar te gaan? Heeft één van jullie tijdens jullie huwelijk niet gewerkt? Dan heeft die partner geen pensioenrechten opgebouwd in die periode. Dan vindt er een verdeling van het opgebouwde pensioen tijdens de huwelijksperiode plaats. Dit is wettelijk zo geregeld, omdat de wetgever vindt dat de werkende partner de pensioenrechten mede heeft kunnen opbouwen dankzij de steun van de niet-werkende partner. Het is overigens wel mogelijk om via huwelijkse voorwaarden en een echtscheidingsconvenant af te wijken van deze wettelijke pensioenverdeling.

Getrouwd op basis van huwelijkse voorwaarden
Als je op basis van huwelijkse voorwaarden trouwt dan laat je een notaris huwelijkse voorwaarden opmaken en inschrijven bij het openbare huwelijksgoederenregister.

Ook als je in gemeenschap van goederen getrouwd bent, kun je naderhand nog huwelijkse voorwaarden op laten stellen. Er is wel een verschil. Jullie blijven namelijk gezamenlijk aansprakelijk voor de schulden die jullie al hebben als de notaris jullie huwelijkse voorwaarden bij het openbare huwelijksgoederenregister inschrijft.

Uitsluiting van iedere gemeenschap
Je kunt uit verschillende varianten van huwelijkse voorwaarden kiezen. Er is geen gemeenschappelijk vermogen als je voor ‘uitsluiting van iedere gemeenschap’ kiest. ‘Uitsluiting van iedere gemeenschap’ wordt ook wel ‘koude uitsluiting’ genoemd.

Bij uitsluiting van iedere gemeenschap is er in eerste instantie alleen sprake van gescheiden privévermogens. De partners zijn daardoor niet aansprakelijk voor elkaars schulden, behalve als zij die aangegaan zijn voor de dagelijkse gang van het huishouden. Vorderingen op deze schulden kunnen op beide privévermogens verhaald worden. Het is wel zo dat de rechtbank deze aansprakelijkheid voor één van de echtgenoten kan opschorten als er zwaarwegende redenen zijn.

De notaris neemt bij jullie huwelijkse voorwaarden een beschrijving op van wie welke goederen zijn. Nadat deze lijst van goederen vastgesteld is zullen jullie natuurlijk nog wel eens nieuwe dingen kopen. Is het de bedoeling dat iets aan één van jullie toebedeeld wordt? Dan zullen jullie de lijst bij de notaris aan moeten laten passen. Want als jullie uit elkaar gaan, dan wordt er anders vanuit gegaan dat jullie allebei voor de helft eigenaar zijn. Zo kan er tijdens jullie huwelijk dus toch een soort gemeenschappelijk vermogen ontstaan.

Stel dat jullie uit elkaar gaan en de lijst van goederen is niet bijgewerkt. Dan moeten jullie alle ‘gezamenlijke’ goederen verdelen. Hebben jullie een gemeenschappelijk vermogen en komt er een schuldeiser? De schuldeiser kan de schuld dan gaan verhalen op jullie ‘gemeenschappelijke vermogen’.

Een verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden
Het is vaak lastig om het inkomen helemaal gescheiden te houden. Daarom kun je een verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden opnemen. Hiermee leg je afspraken vast over een tussentijdse verrekening van jullie inkomen en vermogen en/of een eindafrekening als jullie gaan scheiden of als één van jullie overlijdt.

Jullie maken dus afspraken over wat jullie allemaal tussentijds en aan het einde van jullie huwelijk verrekenen. Voorbeelden hiervan zijn:

  • inkomsten uit arbeid
  • winst van een bedrijf (plus een beschrijving van wat hieronder verstaan wordt)
  • iedere vorm van inkomsten, die jullie hebben

Je kunt kiezen uit verschillende varianten van verrekenbedingen. Bij een periodieke of tussentijdse verrekening - bijvoorbeeld aan het einde van ieder kalenderjaar - verreken je meestal alleen inkomen. Bij een finale verrekening wordt er meestal alleen vermogen verdeeld. Jullie verdelen bijvoorbeeld aan het einde van jullie huwelijk het geld op spaarrekeningen en de eigen woning. Er wordt bij de verrekening dan gedaan alsof jullie in gemeenschap van goederen getrouwd waren.

Je kunt je het beste door een notaris laten adviseren over de opname van een verrekenbeding en over de soort verrekenbedingen. De opname van een verrekenbeding kan namelijk fiscale consequenties hebben. Met een finaal verrekenbeding zorg je er bijvoorbeeld voor dat je partner na jouw overlijden minder successierechten (belasting) hoeft te betalen. Bij echtscheiding kun je door het opnemen van een verrekenbeding ervoor zorgen dat er géén schenkingsrechten en/of overdrachtsbelasting betaald moeten worden.

Het toestemmingsvereiste
Getrouwde partners moeten rekening houden met het toestemmingsvereiste. Dit betekent dat allebei de partners bij bepaalde beslissingen toestemming moeten geven. Het toestemmingsvereiste geldt bijvoorbeeld bij de verkoop of de verhuur van de echtelijke woning of het afsluiten van een hypotheek voor deze woning.

Het toestemmingsvereiste geldt ook als je een schenking wilt doen of borg wilt staan voor de hypotheek van een kind. Je (nieuwe) partner moet hier dan mee instemmen. Óók als het kind dat je wilt helpen alleen van jou is!

Overlijden van je partner
Trouw je in gemeenschap van goederen? Dan worden jullie allebei voor de helft eigenaar van jullie koopwoning. Overlijdt één van jullie? Dan valt de helft van jullie woning in de nalatenschap van degene die overleden is. Een nalatenschap is alles wat iemand na de dood achterlaat.

Als je huwt dan ben je verplicht om voor je partner te zorgen. Als één van jullie overlijdt krijgt de langstlevende partner de woning in eigendom. Dat is zo geregeld in de wettelijke regels van het erfrecht. Via een testament kan hier wel van afgeweken worden. Maar dan nog kan de langstlevende partner niet zomaar uit de echtelijke woning gezet worden. Zelfs niet als je partner jou via een testament onterfd heeft. Je krijgt dan namelijk tot jouw overlijden een recht van vruchtgebruik. Dit betekent dat de woning niet van jou wordt, maar dat je er wel in mag blijven wonen.

Hoofdelijke aansprakelijkheid bij hypotheek
Schulden die voor en tijdens jullie huwelijk ontstaan zijn, vallen binnen ‘de gemeenschap’. Het kan wel voorkomen dat één partner een schuld aangaat, die binnen de gemeenschap valt. Deze schulden kunnen op jullie gemeenschappelijke vermogen verhaald worden. Omdat één partner de schuld aangegaan is, is alleen die partner ook met een privévermogen aansprakelijk.

Om die reden wil een hypotheekverstrekker altijd dat beide partners de hypotheek aangaan. Óók als jullie gehuwd zijn op basis van huwelijkse voorwaarden. Want als jullie de hypotheeklasten niet meer betalen uit jullie gezamenlijke vermogen, kan de hypotheekverstrekker jullie hypotheekschuld dan gaan verhalen op jullie beide privévermogens. Jullie zijn dan beiden hoofdelijk aansprakelijk voor jullie hypotheekschuld.

Overigens zijn jullie altijd beiden hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden, die nodig waren voor de normale gang van jullie huishouding. Het maakt dan niet uit welke partner de schuld aangegaan is. Denk bijvoorbeeld aan een lening voor een nieuwe koelkast of wasmachine.

Jullie gaan scheiden
Bij een scheiding moeten jullie rekening houden met het huwelijksvermogensrecht. Eerst dienen jullie een scheidingsaanvraag bij de rechtbank in. Op dat moment wordt jullie ‘huwelijksgemeenschap’ ontbonden. Jullie hoeven niet samen een scheidingsaanvraag in te dienen, één van de partners kan dat ook doen. Is de scheidingsaanvraag ingediend en gaat je partner daarna nieuwe schulden aan? Dan is alleen je partner aansprakelijk voor deze nieuwe schulden.

In gemeenschap van goederen trouwen vanaf 1 januari 2017
De meeste mensen huwen momenteel in gemeenschap van goederen. Al jullie bezittingen (woningen, spaargeld, etc.) en schulden worden dan van jullie samen. Zij gaan behoren tot jullie gemeenschappelijke vermogen. Wil je dat niet? Dan kun je op basis van huwelijkse voorwaarden trouwen. Je kunt dan namelijk een verdeling van jullie vermogen bij een notaris vastleggen.

Schenkingen en erfenissen kun je buiten jullie gemeenschappelijke vermogen houden als jullie op basis van gemeenschap van goederen gehuwd zijn. Degene die de erfenis aan één van jullie nalaat of een schenking aan één van jullie doet, moet dan een uitsluitingsclausule opnemen in een testament of een schenkingsakte.

Op 19 april 2016 heeft de tweede Kamer een nieuwe wet aangenomen. Neemt de Eerste Kamer de nieuwe wet aan? Dan verandert vanaf 1 januari 2017 wat er allemaal onder het gemeenschappelijke vermogen valt.

Zijn er bezittingen en schulden als jullie gaan trouwen? Ontvangt één van jullie tijdens jullie huwelijk een erfenis of schenking? Als de nieuwe wet aangenomen wordt, dan vallen deze bezittingen, schulden, erfenissen en schenkingen niet meer automatisch in jullie huwelijksgemeenschap. Bezitten jullie samen al goederen, zoals een gezamenlijke koopwoning? Dan gaan die goederen uiteraard wel tot jullie huwelijksgemeenschap horen.

Will je hiervan afwijken? Dan kun je ervoor kiezen om huwelijkse voorwaarden op te laten stellen bij een notaris. Het is verstandig om je door een gespecialiseerde notaris te laten adviseren. De nieuwe wet beïnvloedt namelijk de hoogte van de te betalen erfbelasting als een van jullie overlijdt.

Geregistreerd partnerschap

In Nederland is een geregistreerd partnerschap gelijkwaardig aan een huwelijk. Partners met een geregistreerd partnerschap hebben ongeveer dezelfde rechten en verplichtingen als gehuwden.

Jullie moeten allebei 18 jaar oud zijn om een geregistreerd partnerschap met elkaar aan te kunnen gaan (er zijn een paar uitzonderingssituaties). Geregistreerde partners hebben een onderhoudsplicht ten opzichte van elkaar. Jullie moeten elkaar dan ook in levensonderhoud voorzien (als dit mogelijk is). Ook geldt het toestemmingsvereiste voor geregistreerde partners.

Er is de keuze uit een ‘gewoon’ geregistreerd partnerschap en een geregistreerd partnerschap met partnerschapsvoorwaarden.

Verschillen met het huwelijk zijn onder andere:

  • Een kind van getrouwde partners heeft het kind automatisch familiebanden met de vader en de moeder. Heb je een geregistreerd partnerschap? Dan moet de vader het kind eerst officieel erkennen, voordat hij juridisch de vader van het kind wordt.
  • Een geregistreerd partnerschap kun je zonder een rechter beëindigen als je geen minderjarige kinderen hebt. Getrouwde partners kunnen alleen maar via een rechter scheiden.
  • Bij een geregistreerd partnerschap is het niet mogelijk om van tafel en bed te scheiden. Bij een huwelijk is dat wel mogelijk. Bij een scheiding van tafel en bed leven de partners gescheiden van elkaar (jullie delen geen tafel en bed meer). Jullie zijn dus nog wel getrouwd, maar leven apart van elkaar.
  • Een huwelijk wordt automatisch in het buitenland erkend en een geregistreerd partnerschap meestal niet.
  • Je kunt een huwelijk in de kerk laten inzegenen, terwijl dat bij een geregistreerd partnerschap meestal niet mogelijk is.

Fiscaal Partnerschap

Fiscale partners doen samen belastingaangifte. Ben je gehuwd of heb je een geregistreerd partnerschap? Dan zijn jullie fiscale partners van elkaar.

Woon je samen met een partner? Zijn jullie op hetzelfde adres ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (GBA)? Dan zijn jullie fiscale partners als jullie daarnaast nog aan minimaal één van de volgende voorwaarden voldoen:

  • Jullie hebben een notariële samenlevingsovereenkomst.
  • Jullie hebben samen een kind of er woont een kind van één van de partners bij jullie
  • Jullie zijn voor een pensioenregeling als partners aangemeld.
  • Jullie zijn samen eigenaar van een woning, die jullie hoofdverblijf is.

Het hebben van een fiscaal partnerschap betekent dat jullie bij de jaarlijkse belastingaangifte met een aantal inkomsten- en aftrekposten kunnen schuiven. Van bepaalde posten kunnen jullie dus kiezen bij wie die opgegeven moeten worden. Het kan bijvoorbeeld het gunstigst zijn om het inkomen uit de eigen woning (betaalde hypotheekrente minus het eigenwoningforfait) op te geven bij degene die het hoogste belastingtarief moet betalen. Je kunt zoveel met de posten schuiven als je wilt, zolang jullie maar honderd procent van jullie inkomsten aangeven.

Woningeigenaren hebben volgens de wetgever meer ‘woongenot’, dan mensen die een woning huren. Voor dit extra ‘woongenot’ moet je belasting betalen. Deze belasting noem je het eigenwoningforfait. Het eigenwoningforfait is een percentage van de WOZ-waarde van je eigen woning. In 2016 is dit percentage voor het gros van de woningen 0,6%. De WOZ-waarde wordt jaarlijks in januari door gemeenten naar alle woningeigenaren toegestuurd.

Zijn ongehuwde samenwoners halverwege een kalenderjaar aan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap gaan voldoen? Dan hebben zij de keuze of zij voor dat gehele jaar al fiscale partners willen zijn. Er is één voorwaarde; jullie moeten namelijk tijdens het volledige kalenderjaar op hetzelfde woonadres ingeschreven zijn geweest.

Voldoen samenwoners niet meer aan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap? Dan eindigt het fiscale partnerschap. Bij gehuwde fiscale partners of fiscale partners met een geregistreerd partnerschap eindigt het fiscale partnerschap pas als beide partners op een ander adres staan ingeschreven. Bovendien moeten zij een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed bij de rechtbank ingediend hebben.